Raad van State kritisch over versoepeling regels bij ingebruikname bouwwerken
De Raad van State heeft zich kritisch uitgelaten over een voorgenomen wijziging van de bouwregelgeving. Het voorstel moet het mogelijk maken om een bouwwerk tóch in gebruik te nemen zonder verklaring van de kwaliteitsborger. Dat lijkt op het eerste gezicht een praktische oplossing, maar volgens de Raad van State kleven er aanzienlijke juridische en praktische bezwaren aan.
Wat betekent dit voor ontwikkelaars, aannemers en gebouweigenaren?
Afwijken van de huidige hoofdregel
Sinds de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) geldt een duidelijke regel: een bouwwerk mag pas in gebruik worden genomen na een gereedmelding mét verklaring van de kwaliteitsborger.
Het nieuwe voorstel doorbreekt dit uitgangspunt. Gemeenten zouden via een zogenoemd maatwerkvoorschrift kunnen toestaan dat een gebouw toch wordt gebruikt, ook als die verklaring ontbreekt. Dat kan bijvoorbeeld spelen als gebreken lastig of kostbaar te herstellen zijn.
Twijfel over nut en noodzaak
De Raad van State vraagt zich echter af of deze wijziging wel nodig is. Het is namelijk onduidelijk hoe vaak dit probleem zich in de praktijk voordoet. Bovendien biedt het huidige bestuursrecht al ruimte om in uitzonderlijke gevallen af te wijken, bijvoorbeeld wanneer handhaving onevenredig zou zijn.
Met andere woorden: bestaat er wel echt een probleem dat om nieuwe regelgeving vraagt?
Grote verantwoordelijkheid voor gemeenten
Een belangrijk punt van zorg is de rol van het bevoegd gezag, meestal de gemeente. Die krijgt met dit voorstel veel beoordelingsruimte, bijvoorbeeld om te bepalen wanneer herstel van gebreken “onevenredig” is.
Dat is geen eenvoudige afweging, zeker niet bij technische en veiligheidsaspecten zoals constructieve veiligheid of brandveiligheid. Tegelijkertijd is de rol van gemeenten binnen het nieuwe stelsel juist beperkter geworden. De vraag is dan ook of zij hiervoor voldoende zijn toegerust.
Risico op strategisch gedrag
De voorgestelde regeling kan ook onbedoelde effecten hebben. Denk aan situaties waarin een bouwer en kwaliteitsborger het niet eens worden. Het maatwerkvoorschrift zou dan als “uitweg” kunnen worden gebruikt.
Er bestaat bovendien een risico dat partijen vooraf al rekening houden met afwijkingen van de regels, in de verwachting dat die later via maatwerk worden toegestaan.
Onvoldoende duidelijkheid voor kopers
Een ander belangrijk aandachtspunt is transparantie. Het voorstel regelt wel dat wordt vastgelegd dát er geen verklaring is, maar niet wát er precies mis is met het bouwwerk.
Voor kopers en andere betrokkenen kan dat problematisch zijn. Zij hebben belang bij duidelijke informatie over eventuele gebreken en afwijkingen van de bouwregels.
Europese regels kunnen in de weg staan
Daarnaast speelt nog een juridisch complex punt: een deel van de bouwregels komt voort uit Europese wetgeving. Daarvan afwijken is niet zomaar toegestaan.
Het voorstel houdt hier onvoldoende rekening mee, wat in de praktijk tot juridische onzekerheid kan leiden.
Eerst evalueren, dan aanpassen
De Raad van State is duidelijk in haar conclusie: de noodzaak en effectiviteit van het voorstel zijn onvoldoende aangetoond. Omdat het huidige stelsel nog relatief nieuw is, ligt het meer voor de hand om eerst de geplande evaluatie af te wachten.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Voorlopig blijft het uitgangspunt dus ongewijzigd: zonder verklaring van de kwaliteitsborger geen ingebruikname.
Tegelijkertijd laat deze discussie zien dat de praktijk van de Wkb nog volop in ontwikkeling is. Dat brengt onzekerheden met zich mee, zeker bij projecten waar gebreken of discussies ontstaan.
Heeft u te maken met een bouwproject waarbij de gereedmelding of kwaliteitsborging vragen oproept?
De specialisten van Speelman & Voogd Advocaten en Mediators denken graag met u mee over de juridische mogelijkheden en risico’s.