Paniekaanval - Speelman & Voogd Advocaten

januari 2026

Paniekaanval

Inleiding

Deze 49e editie van Terecht of niet gaat over een zaak (ECLl:NL:RVS:2025:5252) waarin een student tijdens de herkansing van een tentamen een paniekaanval kreeg waardoor hij de toets niet normaal kon afronden en hierdoor een onvoldoende behaalde. Vervolgens diende de student bij de examencommissie een verzoek in voor een extra kans, maar dit verzoek werd afgewezen. De kernvraag luidt of de examencommissie het verzoek om een extra herkansing terecht heeft mogen afwijzen.

De zaak

Voor een vak moeten zowel een schriftelijke thuistoets als een schriftelijke toets op locatie worden afgelegd. Deze toetsen tellen respectievelijk voor 40% en 60% mee in het eindcijfer. De student behaalde een 8 voor de thuistoets en een 2,8 voor de toets op locatie, wat resulteerde in een eindcijfer van 4,9. Tijdens de herkansing van de toets op locatie kreeg de student een paniekaanval, waardoor de toets niet normaal kon worden afgerond. Het resultaat was een 3,6, waarmee het eindcijfer onvoldoende bleef. De student verzocht de examencommissie, op grond van zowel het Reglement Examencommissie als de Onderwijs- en Examenregeling, om een extra kans. De universiteit hanteert daarbij een niet-limitatieve lijst van bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard die geen grond vormen voor het toekennen van een extra kans. Op deze lijst wordt onder meer ‘zware stress en prestatiedruk’ genoemd. De examencommissie vermeldt in haar besluit om de extra kans niet toe te wijzen dat pech een niet uit te sluiten onderdeel van het leven is. Ook geeft de examencommissie in haar besluit aan dat de werklast van de organisatie en de docenten in het oog moet worden gehouden omdat individuele toetsvoorzieningen (het maken, afnemen en nakijken van een toets) buiten de reguliere onderwijsverplichtingen van de docenten valt. Als nadere onderbouwing betoogt de examencommissie dat het herhalen van een cursus bij studeren hoort én dat de gevolgen van het niet behalen van een studieonderdeel, in casus het niet kunnen starten van de masteropleiding, geen reden kan zijn voor het toekennen van een extra kans. Examens I januari 2026 1 nr 1 23 Het College van Beroep voor de Examens (Cobex) laat het besluit van de examencommissie in stand mede omdat de student onvoldoende heeft aangetoond dat zijn (medische) klachten voortkomen uit psychisch letsel en dat de omstandigheid die de student doormaakte, de paniekaanval, staat vermeld als niet zijnde een bijzondere omstandigheid op grond waarvan een extra kans kan worden toegekend. Ook het argument van de student dat het opnieuw volgen van het vak waarvoor deze is gezakt tot een extra studiebelasting zou leiden wordt door het Cobex niet overgenomen. De student stelt beroep in tegen de uitspraak van het Cobex en vraagt een voorlopige voorziening (zie kader).

De voorzitter van de Afdeling, in het verzoek om een voorlopige voorziening

De student voert in hoger beroep aan dat de uitspraak van het Cobex onvoldoende is gemotiveerd, omdat niet is ingegaan op de ingebrachte verklaring van een verpleegkundige. Daarnaast stelt de student dat ‘paniekaanvallen’ pas ná het indienen van het beroep bij het Cobex zijn toegevoegd aan de lijst van niet-bijzondere omstandigheden. Verder betoogt de student dat het Cobex niet is ingegaan op zijn beroep op het gelijkheidsbeginsel, nu een student met een migraineaanval wél een extra kans zou hebben gekregen. Tot slot acht de student de afwijzing van het argument van de extra studiebelasting innerlijk tegenstrijdig.

De voorzitter van de Afdeling verklaart het beroep ongegrond en motiveert dit als volgt:

  • De lijst van niet-bijzondere omstandigheden is nadrukkelijk niet limitatief. De examencommissie heeft voldoende gemotiveerd dat stress, prestatiedruk en de daarmee samenhangende paniekaanval en hyperventilatie geen bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard vormen.
  • Het beroep op het gelijkheidsbeginsel is onvoldoende onderbouwd. Het tonen van een ongedateerde schermafbeelding van een beslissing van een andere examencommissie, waarin een student voor een ander vak wel een extra kans kreeg, is onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een gelijk geval.
  • Het argument van studievertraging wordt het Cobex zijn toegevoegd aan de lijst van niet- gepasseerd. De student heeft nog andere vakken uit de bachelorfase openstaan die in het volgende semester worden aangeboden, waaronder ook het vak dat onderwerp van dit geschil is.
  • Ten aanzien van de verhoogde studielast merkt de voorzieningenrechter op dat dit geen valide argument zou moeten zijn. Hoewel dit ongelukkig kan zijn, leidt het niet tot (gedeeltelijke) gegrondverklaring van het beroep.

Terecht of niet?

Bijzondere omstandigheden kennen vele gedaanten en vormen een terugkerend thema in de annotaties van deze serie. Studeren betekent meters maken, en pas wanneer die meters zijn gemaakt kan een student met vertrouwen een tentamen afleggen. Dat neemt niet weg dat bijzondere omstandigheden, wanneer zij zich voordoen, zorgvuldig moeten worden meegewogen. Met die discretionaire ruimte dient een examencommissie echter terughoudend om te gaan. Alle studenten die een diploma behalen, moeten immers over hetzelfde ‘hekje’ zijn gesprongen, ook wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden. Alleen zo behouden diploma’s hun gelijke waarde.

Veel studenten – ook ondergetekende – hebben wel eens de gok gewaagd om onvoldoende voorbereid aan een tentamen deel te nemen. Soms pakt dat goed uit, bijvoorbeeld wanneer het tentamen toevallig gaat over een onderwerp waarin de student wel enig inzicht heeft. Komt er dan een (kleine) voldoende uit, dan klaagt niemand. Maar reken erop dat ook ondergetekende wel eens hard onderuit is gegaan en in lichte paniek de tentamenruimte heeft verlaten. De snelste oplossing blijft dan: opnieuw ‘aan de bak’.


Door: Ton Lamers
mr. dr. A.H. Lamers is als docent onderwijsrecht verbonden aan de Open Universiteit
Email: ton.lamers@sv-advocaten.nl